Agent Arena
Over feng shui, Kaapstad, depressie en mongolen
Het was een paar jaar geleden in Kaapstad in zo’n Hop On Hop Off bus dat ik de term feng shui weer eens hoorde. De stad heeft volgens die Chinese leer namelijk de perfecte ligging: een flinke berg achter zich voor een stevige basis, twee kleinere heuvels aan weerzijden om tegenaan te leunen en water vóór zich om naar uit te kijken.
Volgens orthodox fengshuïsme zou die berg in het noorden moeten liggen en het water in het zuiden, maar misschien werkt het op het zuidelijk halfrond wel weer beter andersom. Een stad ingebed in een fauteuilvorm is op z’n minst blijkbaar erg fengshuïerig en brengt rust en geborgenheid. Het klopt ‘gewoon’. Zelfs Robbeneiland heeft z’n functie. De oneindige horizon krijgt ermee een ankerpunt. Paradoxaal genoeg is een eiland vlak voor de kust in feng shui nou juist de tafel, terwijl de Tafelberg de rugleuning symboliseert (of ‘is’). De audiotour in de bus zei dat dat eiland negatieve energie tegenhoudt, maar ik vind voetjes op het tafeltje gezelliger.
Ach, het maakt niet uit. Ik heb toen direct besloten dat feng shui de werkelijke reden is waarom ik me zo goed voel in Kaapstad.
Mocht het je bekend voorkomen: normies noemen dit ‘op je plek zijn’. En dat mag ook. Het doet me eveneens denken aan de slogan van nomads.com: ‘find your place’. Het is een website waar je op zoek kunt gaan naar passende bestemmingen om remote te werken, maar tegelijk vind je er misschien wel de plek die het beste bij je past. Dat lijken twee verschillende dingen. Maar de eerste find is het zoeken en de tweede find is het vinden. Denk ik. Ofzo. Mooi.
De kritiek op digitale nomaden heb ik nooit helemaal begrepen. Ja, wel de kritiek op mensen die naast het zwembad op hun laptop zitten en dat op Linkedin posten met van die rare lettertypes. Zonder uitzondering zijn dat aanstellerige posers. Helemaal nooit heeft iemand in de zon, met kans op waterschade, in de tropische hitte, enige vorm van zinvol werk verricht. Computeren doe je in de airco. Op een bureaustoel. En als je actief bent op LinkedIn mag je gewoon gepest worden. Mensen doen dat niet uit medelijden, maar je bent een ongelofelijke loser.
Maar verder… is het totaal begrijpelijk dat je, met de technologische mogelijkheden van nu, op zoek gaat naar een plek waar je je thuisvoelt. Het is zelfs inspirerend: je hopt als agent net zo lang arena’s af tot het past. Da’s voor iedereen het beste, toch?
Een mooie uitleg van deze zoektocht (en de bijbehorende problemen) geeft John Vervaeke in zijn vijftigdelige videoserie over The Meaning Crisis. Eén van de fundamentele problemen die hij bespreekt is de verstoorde relatie tussen agent en arena. Het is in (mijn) eenvoudige woorden
de situatie waarin iemand niet op haar plek is. Een gladiator hoort in het Colosseum, niet net iets te gehaast in z’n elektrische bakfiets over Papaperweg op weg naar z’n werk als Chef Kneus bij Marketingbureau De Slome Zak. En nijlganzen horen in de Nijl. Opdonderen.
Andersom kun je ook redeneren dat sommige arena’s gewoon niet zo passend zijn voor bepaalde typen agenten. In de trein horen uitsluitend keurige mensen te zitten bijvoorbeeld. Voetjes op de vloer. Bek dicht. Niet mongolen zonder oordoppen of yoghurtvretende marketingwijffies.
Het is, volgens mij, ook veel beter dat agenten zich aanpassen aan arena’s dan andersom. Kost niet alleen veel minder moeite, maar het is ook dom om arena’s continu te gaan zitten aanpassen als agenten zo gemakkelijk kunnen bewegen. In de volksmond noemt men de ideale werkelijkheid ‘meedoen’.
De agent moet in de juiste arena. En de arena moet de juiste agenten bevatten. En dan klopt het. Dat is dus feng shui in een notendop: het moet klóppen. Maar wanneer klopt het dan?
Nouja, daar gaat die videoserie van Vervaeke dus onder andere over.
Niet lang geleden vond ik nog een puzzelstuk dat me die agent-arena relatie nog beter deed begrijpen. Dr. K. vertelde me namelijk over twee soorten depressies: de eerste is de depressie waarbij een persoon “””gewoon even””” (mijn woorden) z’n situatie moet inzien. Die heeft een verkeerd beeld van wie hij is (de agent in zijn hoofd klopt niet met de werkelijkheid) of waar hij zich bevindt (de arena is anders dan hij denkt) en zodra hij dat weet, dan is het einde depressie.
Het is natuurlijk veel complexer dan dit, maar dit is mijn blog en als je het niet bevalt, dan donder je maar op naar een andere arena.
De tweede soort depressie ontstaat in de situatie waarin de agent zich werkelijk in de verkeerde arena bevindt. Dat lijkt niet zo problematisch, want dan kun je gewoon naar een andere arena en je subiet beter voelen, maar veel mensen hebben dat niet door of hebben een verkeerd beeld van de juiste verhouding. Die kijken bijvoorbeeld Tiktoks en gaan geloven dat ze in een realiteit leven die niets anders is dan een parasociaal spinnenweb, of hebben jarenlang een sociale en culturele inbedding genoten die ze nauwelijks heeft gecorrigeerd. Wie kunnen we het dan nog kwalijk nemen?
Die luide loser in het openbaar vervoer vindt dat hij dat gewoon kan maken, terwijl de rest van agenten vinden dat ‘ie even een andere arena moet vinden. En waar bemoeit iedereen zich eigenlijk mee?
De depressievariant ervan, volgens Dr. K., ontstaat bij degene die denkt ‘ja ok, het is nu wel even een mismatch en helemaal kut en het voelt slecht en ik eet slecht en slaap slecht en ben boos en geïrriteerd, maar als ik twee keer zo hard m’n best doe, wordt alles anders’.
Dat gebeurt dus niet, waardoor die double down misschien wel een quadruple down wordt en voor je het weet ben je bij de allermeestbenedenste verdieping van Dantes hellegat. Zie er maar eens uit te komen.
De oplossing voor al die problemen hierboven heb ik, natuurlijk, niet. Het enige wat ik zeker weet is dat het gemakkelijk voor een agent is om een nieuwe arena te kiezen, en niet andersom. Maar achteloosheid ligt op de loer door dit in alle gevallen te doen, en dat is weer een nieuw probleem.
Tot ik het antwoord heb, boek ik retourtjes Kaapstad.