24 uur in Tokyo

Toen de Nederlanders tegen de Spanjaarden streden (en dan bedoel ik niet de WK-finale van 2010 (goal Iniesta in de 116e minuut) maar de 80-jarige oorlog tussen 1568 en 1648—onthou even voor de volgende pubquiz) lag het slagveld niet alleen in Nederland waar we aan het knokken waren tegen een door Frankrijk en België gemarcheerd leger vol Carlossen (Karels), Pedro’s (Peters) en Guilhermo’s (Jelmers), maar ook aan de andere kant van de wereld op zee. Toen de Spanjaarden druk bezig waren de Filipijnen te veroveren, gingen wij Nederlanders maar even irritant doen. Want we waren zelf toch om de hoek bezig een andere eilandengroep te koloniseren, dus we hadden nog wel wat schepen op voorraad.

In de slag om Manilla in 1646 tegen de Spanjaarden onder leiding van Sebastian López deed de Nederlandse bevelhebber Maarten Gerritz Vries echt heel hard z’n best (waarschijnlijk onder het mom van meedoen is belangrijker dan winnen), maar zonder succes. We werden net als in 2010 in de extra tijd verslagen met een doeltreffend schot. Niemand kent nu Maarten Gerritz Vries nog, maar de zegevierende Sebastian López werd 48 jaar later geëerd toen Andrés de Arriola een eiland ontdekte en het naar hem vernoemde.

En hoewel je op dat eiland niet veel meer kan doen dan verbranden en wachten tot je weer naar huis mag, zou het nooit uitgroeien tot het Mallorca van de Oriënt. Vooral ook omdat de Japanners het in de 1898 annexeerden en de Verenigde Staten het vervolgens na die Tweede Wereldoorlog toe-eigenden (de winnaar bepaalt). Sebastian López heette daarom ook Minami-Tori-shima en vervolgens Marcus Island. In 1968 werd het door de Verenigde Staten teruggegeven aan Japan en heette het weer Minami-Tori-shima. Maar de Amerikanen bleven aanwezig met een luchtmachtbasis.

Het bleef trouwens verder gewoon een saai stuk droogte met een paar vogels omringd door zee.

Het eiland hoort nu officieel bij de gemeente Tokyo en dat is opvallend, omdat het 1848 kilometer van die stad vandaan ligt. Zo kan het gebeuren dat het in Tokyo vriest en sneeuwt en het op Minami-Tori-shima strakblauw is met een graadje of 30. Het feit dat er allemaal wazige eilanden bij de gemeente Tokyo horen verklaart ook waarom de bevolkingsdichtheid en totale populatie niet echt goed gemeten kunnen worden.

Maar zoals gezegd is er op Minami-Tori-shima niet veel meer te doen dan schelpen gooien op een paar Diomedea oigripes (zwartvoetalbatrossen, die trouwens in aantal afnemen omdat ze plastic eten dus misschien toch maar niet irritant doen) of met een aansteker en een gieter het lokale weerstation fucken.

In Tokyo daarentegen is genoeg te doen. En omdat je je misschien afvraagt waarom die lange inleiding over een nietszeggend eiland nodig was voor een artikel over Tokyo, wil ik je graag wijzen op het getal 1848. Dat is niet alleen precies het aantal kilometers dat Minami-Tori-shima van de kustlijn Tokyo af ligt, maar dat is ook precies het jaartal waarin Japan besloot om weer buitenlandse invloeden toe te laten, terwijl dat daarvoor in de zogenaamde Edo-periode niet echt mogelijk was.

Deze buddha heeft niets met Tokyo te maken maar ligt wel in de buurt (in Kamakura)

Dat het nog maar zo betrekkelijk kortgeleden is dat Japan z’n grenzen opende voor buitenlandse invloeden is namelijk precies de reden geweest waarom Japan zo’n unieke cultuur heeft. En waarom er tot aan nu nog nauwelijks Engels wordt gesproken. En mensen zulke rare buiginkjes doen en je drie keer bedanken als je een ijsje koopt bij de 7-Eleven en waarom er nauwelijks criminaliteit is.

Het moet ook ongetwijfeld in die periode zijn geweest waarin de Japanners hebben besloten om de roltrapregel tot in de puntjes te perfectioneren. De roltrapregel is de afspraak om aan de ene kant van de roltrap te staan en aan de andere kant te lopen, zodat je niet met je achterlijke nonchalante bek haastige mensen in de weg staat maar het leven precies door kan gaan in de twee snelheden die we kennen op de wereld (‘zo snel mogelijk’ en ‘kijk maar even’).

De uitvoering van deze regel in het openbaarvervoersysteem van Tokyo krijgt alle mogelijke punten van de jury, met bonuspunten voor de moeilijkheidsgraad. Want in een stad met 285 metrostations en 8,7 miljoen reizigers per dag is dat een beste opgave. Maar het werkt helemaal prima. En daarom loopt alles op rolletjes (pun intended) en lijkt het zelfs alsof het daadwerkelijke vervoer in metro en trein temidden van het klootjesvolk prima tijdverdrijf is.

De trein van één van de twee vliegvelden van Tokyo (Narita, de ander is Haneda) verloopt soepel en brengt je in 36 minuten over ruim 70 kilometer naar Ueno Station. Een ticket voor dat ruime half uur kost je wel 2480 JPY / 20,87 EUR en dat is meteen een duidelijke introductie voor het voor Nederlanders met een middeninkomen bedroevend hoge prijspeil in Japan.

Ueno Station ligt in het noord-noordoosten van Tokyo en de fun is vooral in het westen (het zuiden is vooral rijkemensengebied en het oosten bestaat niet want daar is zee).

Het is soms ook rustig in Tokyo

Vanwege het eerder genoemde prijspeil besloten me wat reistijd te gebruiken als wisselgeld voor ons hotelkamerbudget. Het was overigens vanwege het ook eerder genoemde openbaarvervoersysteem de moeite waard.

Er is geen betere manier om de dag in Japan te beginnen dan met rauwe vis in Tsukiji, de lokale vismarkt (en ‘lokaal’ betekent in dit geval 2000 ton verhandelde vis per dag—dat zegt natuurlijk niemand wat maar ik denk dat het veel is). De sushi is er vers en bijzonder smaakvol, en de zeeëgel is ook vers maar smaakt natuurlijk nog steeds naar bruin snot. En schelpdieren eet ik alleen als ik graag midden in de nacht met buikkrampen jankend levensmoe wakker wil worden. De mochi is trouwens prima, want hier zitten er niet stukken hele boon in en de gore matcha proef je niet. Ik zou niet willen verkondigen dat Tsukiji een must see is in Tokyo, want je moet het zelf weten, maar het is een prima ochtendbesteding: 5/7.

De metro brengt ons in een half uurtje dwars door Tokyo (alles is dwars door Tokyo trouwens) langs het Chiyodapark en Meiji Jingu Gaienpark (met daarin één van de drie Shake Shacks in Tokyo) naar Omotesando, het winkelgebied tussen Shibuya (je weet wel, met dat drukke kruispunt) en Shinjuku (je weet wel, met een 1 kilometer lang metrostation met 20 uitgangen dat trouwens niet het grootste in Tokyo-je kunt tussen de Nikkei Hall en いわて銀河プラザ maar liefst 2,9 kilometer ondergronds lopen), waar dagelijks evenveel mensen gebruik van maken als het totale metronetwerk in New York).

Typisch Shake Shackeriaanse friet

Omotesando heeft natuurlijk een H&M en een Zara en een weet ik veel wat, maar onderscheid zich van andere winkelgebieden in wereldsteden door een keur aan Japanse winkels met daarin prima outfits, mocht je verstand hebben van mode (ik heb een alibi). De keuze valt op een paar schoenen van Puma en Daily Paper, dat ironisch genoeg van Amsterdamse makelij is. Later leerde ik dat ze in Nederland uitverkocht waren en ik daarom een goede keuze heb gemaakt (nog even los van de s/o naar Daily Paper).

En om het typisch niet-typisch Japans te houden, snacken we een lobster roll bij Luke’s Lobster (uit het Oosten van de Verenigde Staten), waar we een kleine 20 minuten voor in de rij staan. Het was het waard, maar misschien niet de ecologische voetafdruk van kreeftenimport, maar ik moet niet zeuren want ik heb mezelf geïmporteerd.

Ook niet Japans: lobster rolls

Een korte wandeltocht door Cat Street, terwijl we het Hawaiiaanse Island Vintage Coffee passeren waar je een prima Braziliaanse acaibowl kunt scoren, leidt ons naar Shibuya. Daar ervaren we dat drukste kruispunt van de wereld, maar het maakt niet zoveel indruk als je er gewoon overheen loopt. Des te meer indruk maakt het feit dat ik door m’n vriendin afgeslacht wordt met Mario Kart (1-2, 0-3) in één van de vele arcadehallen.

We zoeken, zoals geadviseerd, op iedere hoek van de straat naar Japanse fluffy cheesecake maar kunnen die nergens vinden en besluiten ons maar naar Shinjuku te begeven. Daar staat een bezoek aan het Robot Restaurant op het programma.

Kwam dit ook tegen

Maar omdat we alvast wisten dat het Robot Restaurant niet een restaurant was maar een show waarbij je onder het genot van een fles (prima, 5/7) Japans bier in een kelder naar radiosturisch begraafbare robots kijkt die onder begeleiding van intense muziek en dansende Japanners in gekke outfits tegen elkaar strijden, besluiten we eerst ramen te eten bij één van de vestigingen van Ichiran, Tokyo’s bekendste ramenrestaurant (overigens ook mét robots, maar enkel om je bestelling door te geven en vooraf te betalen). Ook hier staat een rij van hier tot Tokyo (dit was de beste plek voor deze grap) maar het is het wachten waard. En: in dit restaurant zie je geen obers, geen koks en geen tafelgenoten (want je zit, zoals het bij pisbakken op mannentoiletten ook hoort, tussen schotjes waardoor je je buurman/vrouw niet kunt zien). Ramen was overigens goed binnen te houden. 5/7.

De show in het Robot Restaurant ga ik niet verklappen want ‘je had er bij moeten zijn’ maar, spoiler alert, de good guys winnen. Gelukkig maar, want er zijn vier shows per avond.

Robot in actie in het Robot Restaurant

Achter het Robot Restaurant bevindt zich de Golden Gai: een klein buurtje met superkleine café’s met plaats voor nauwelijks zes personen. Voor het gewone volk misschien super speciaal en een ervaring om nooit te vergeten, maar het verschilt weinig van de zuipkeet die ik vroeger zelf had in Drenthe.

Het bier in Tokyo is hier 15 keer zo duur.

Gezellig is het trouwens wel, en we krijgen volop tips van de keetuitbater over plekken, restaurants en ervaringen. Tips die we trouwens noteren voor de volgende dagen, want deze dag is om.

Een beslagen inkijkje in een goor restaurant met lekker eten
Awesome bamboebos in Kamakura

In de resterende dagen in Tokyo zien we natuurlijk nog de cherry blossom (niet alleen), eten we nog heel veel sushi en ramen, zien we de grote Buddha en het bamboebos in Kamakura, win ik 1-0 met Mario Kart en spenderen we in totaal nog een uur of 8 in de metro.

Zo hebben we heel Tokyo wel zo’n beetje gezien.

Behalve Minami-Tori-shima dan.

Lief thuisfront, Tokyo is echt leuk maar het regent wel